Borstklopperij
Op zondag 28 juni had de dienst als thema 'jezelf op de borst kloppen'.
Eerste lezing
Tweede lezing
Zusters en broeders
Wanneer je naar het WK kijkt (om 3 uur ’s nachts) zie je nadat er een doelpunt is gescoord dat spelers op verschillende manieren het feestje vieren. De één rent naar de cornervlag en viert samen met het publiek, de ander zoekt wat teamgenoten op en doet samen een dansje. Een andere categorie is de speler die zichzelf lijkt te vieren, in plaats van het doelpunt,. Met grootse gebaren slaat hij zichzelf op de borst, dit heb ik voor elkaar gekregen, of kijkt hij ons aan in de camera om zeker te weten dat wij getuige waren van zijn of haar mooie actie. Terwijl, het is nooit 1 tegen 11 op een voetbalveld, de scorende speler heeft dit nooit zelf voor elkaar gekregen. Toch lijkt het alsof deze speler dit wel vindt of denkt.
Vandaag gaat het over borstklopperij, het ‘dikke ik’.
Exemplarisch voor een egocentrische identiteit zijn de personages in de film ‘wolf of wall street’. In een iconisch geworden fragment zie je hoe dit vieren van jezelf tot identiteit wordt verheven. De twee beleggers hebben een sport gemaakt van ten koste van alles en iedereen jezelf verrijken, en hebben het borstkloppen tot een ritueel van macht en succees gemaakt.
Wanneer je deze twee figuren de tekst van vandaag zou voorleggen, zouden ze je kunnen vertellen dat er een fout in de tekst staat. Diegene die zich op de borst zou moeten slaan, is toch de farizeer uit de tekst? Deze heeft zichzelf rapportcijfers gegeven: ‘ik betaal belasting en vast twee keer per week. De farizeer geeft zichzelf een 10 voor goedgelovig, genoeg reden om jezelf voor op de borst te slaan.
Maar diegene die het wel doet, is de tollenaar. De tollenaar is zeer bescheiden. In deze tijd was het gebaar van borstslaan gekoppeld aan rouw, berouw en verdriet. De persoon die dit doet, weet dat hij of zij fout zat, of heeft te maken met tragische gebeurtenissen. We vinden dit gebaar bijvoorbeeld ook terug bij de menigte op de berg van Golgota. Wanneer Jezus sterft, beseffen ze zich wat er gebeurt is, en slaan ze zichzelf op de borst. Het hart is de plek van het verstand en het gevoel, daar worden de keuzes gemaakt die hebben geleid tot het berouw, daar zit ook de wijsheid, daar moest het gebeuren! Het hartkloppen lijkt dan te zijn om te voelen of het nog wel goed zit met dat karakter, of hier nog een stukje van God te vinden is.
In de loop van de geschiedenis is dit langzaam verschoven naar hoe we het nu herkennen. Tot aan de middeleeuwen was het gebruik om tijdens het mea culpa in de liturgie jezelf op de borst te slaan. Er klonken elke week de woorden ‘door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’. In de Joodse gemeenschap gebeurt dit nog steeds tijdens de dagen van Jom Kippur.
Rond de reformatie besloten de hervormers, voornamelijk Calvijn, dat deze rituelen verwaterd waren tot enkel lege handelingen. De betekenis erachter, de intentie, was bij de gebruikers niet meer aanwezig. Het ritueel zelf werd afgedaan, de woorden van schuld belijden bleven in de protestantse traditie sterk leven.
Hoe het gebaar uiteindelijk symbool is geworden van het vieren van het zelf, heeft vast en zeker te maken met de sterke individualisering van de afgelopen decennia. In onze maatschappij doe je tenslotte pas echt mee wanneer je succesvol bent en dat ook laat weten. De samenleving kweekt zelfstandige, succesvolle en zelfbewuste mensen.
De kernboodschap van Lucas lijkt dus te zijn: wees bescheiden. Blaas niet te hoog van de toren, doe maar gewoon. En boodschap die in de protestantse wereld misschien iets te ver is doorgevoerd, met een houding van ‘helemaal achteraan staan is juist goed, want dan zul je verhoogd worden’.
Zo komen we bij Salomo, die in zijn gebed vraagt om wijsheid in plaats van macht of kennis. Of wijsheid? In de oorspronkelijke tekst staat hier Lev Shomea, Salomo vraagt om een horend of luisterend hart. Wanneer je de etymologie van ‘bescheidenheid’ opzoekt, kom je bij ‘het vermogen om te onderscheiden, op de juiste manier te oordelen’
Salomo vraagt dus of hij bescheiden zou mogen zijn! Want daarmee wordt je vanzelf een wijs leider.
Iemand die de deugd van bescheidenheid tot de kern van zijn denken heeft gemaakt, is de Amerikaanse theoloog en filosoof Reinhold Niebuhr. Met zijn ‘christelijk realisme’ heeft Niebuhr grote invloed gehad, zowel op Dietrich Bonhoeffer als Martin Luther King. Ook de presidenten Jimmy Carter en Barrack Obama zeggen veel waarde te hechten aan zijn ideeen en waren ‘Niebuhriaanse’ presidenten.
Wat Niebuhr scherp zag, is dat wanneer je jezelf wegcijfert en zogenaamd bescheiden bent, je misschien wel meer kwaad dan goed doet. Je niet-handelen of je terugtrekken wanneer het juist nodig is om een besluit te nemen, kan funest zijn voor de ander. Wanneer je altijd ten dienste staan van iemand, ontneem je diegene misschien wel een belangrijke stap in volwassenwording. Kortom: wanneer je denkt helemaal deugdzaam te leven, zou het kunnen dat je de verkeerde dingen aan het zaaien bent, dingen die je pas later gaat inzien wanneer je de effecten ervan ziet.
Zonde is dan niet alleen zelfverheerlijking en zoeken naar macht, maar zonde is ook wanneer je niet goed uit de verf komt met je talenten en gaves, en dat moedwillig, bescheiden, onderdrukt. Echte bescheidenheid is het kunnen oordelen over jouw juiste rol in een situatie: niet te veel, maar zeker ook niet te weinig van jezelf geven. En lukt dat niet, of maak je dan weer eens een fout waardoor je jezelf traditioneel op de borst moet kloppen? Dat is helemaal niet erg, zegt Niebuhr. Sterker nog: daar is de genade. Hij gaat zelfs zover dat wanneer je merkt dat je weer de fout in bent gegaan, hij ons aanraadt om erom te lachen. Want daar is de echo van de Paas-lach op zijn plaats.
Dus: klop jezelf vooral op de borst! En dan niet (alleen) om je successen te vieren, maar ook om jezelf te blijven bevragen. Hoe zit dat met je hart, hoe krijgt God hier ruimte en laat je je, met een horend hart, aanspreken? En, als je dan toch bezig bent, klop ook eens aan bij het hart van je medemens...
